Uitleg Art. 1 van de Grondwet

Artikel 1 van de Grondwet biedt een belangrijke basis voor de bestrijding van discriminatie.

In dit artikel staat namelijk het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod geformuleerd.
Het artikel geeft aan dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden (gelijkheidsbeginsel) en dat discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook niet is toegestaan (discriminatieverbod). Het gelijkheidsbeginsel en het verbod van discriminatie zijn een van de meest fundamentele beginselen van onze rechtsorde. [In het hierna volgende stuk zal uiteengezet worden wat de betekenis is van artikel 1 Grondwet. Voorts zal worden uiteengezet wie een beroep kan doen op dit artikel en op welke wijze dit kan gebeuren.]

Maar wat betekent dit eigenlijk?

Artikel 1 van de Grondwet is het eerste artikel in het hoofdstuk van de grondrechten. In het artikel staat het zogenaamde gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie. De tekst van het artikel luidt als volgt:

‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

De eerste zin geeft weer dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden: het gelijkheidsbeginsel. Belangrijk is dus om te bepalen of het in uw geval gaat om gelijke of ongelijke gevallen. De gelijkheid of ongelijkheid van gevallen wordt niet vastgesteld door alle aspecten van de gevallen met elkaar te vergelijken, maar alleen de punten die belangrijk zijn in uw situatie.

In het tweede deel van artikel 1 van de Grondwet staat het discriminatieverbod. Een aantal discriminatiegronden zijn daarbij uitdrukkelijk genoemd: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht. Dit tweede deel eindigt met: “op welke grond dan ook”. De wetgever heeft deze open formulering in het artikel opgenomen zodat het discriminatieverbod niet alleen geldt voor de expliciet genoemde gronden, maar dat dit discriminatieverbod ook voor andere gronden zou kunnen gelden. Welke kenmerken en eigenschappen onder de zinsnede “op welke grond dan ook” zouden kunnen vallen zal door de maatschappelijke werkelijkheid worden bepaald. Ook de uitdrukkelijk genoemde non-discriminatie gronden hebben zich door de maatschappelijke werkelijkheid als zodanig ontwikkeld.

Werking van artikel 1 Grondwet
De Grondwet is een wet waarin de verhouding tussen de burger en overheid wordt geregeld. In eerste instantie wordt in deze wetten de burger beschermd tegen de overheid.
De praktijk wijst echter uit dat de bepalingen in de Grondwet ook steeds meer gebruikt worden voor de verhouding tussen burgers onderling.

1 Gerbranda, T. en M. Kroes, Grondrechten Evaluatie-Onderzoek, documentatierapport (1), Leiden: Stichting NJCM-Boekerij 15, 1991, p. 1-3.

2 Gerbranda en Kroes, a.w., p. 1-21.